Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2158.
7. De vraag of de kantonrechter al dan niet een verstekvonnis heeft gewezen dient te worden beoordeeld aan de hand van het oude procesrecht. Art. 106 lid 1 (oud) Rv bepaalde dat indien de gedaagde in een kantongerechtsprocedure niet uiterlijk op de terechtzitting vermeld in het exploit antwoordt of om uitstel verzoekt, de kantonrechter de eis bij verstek toewijst, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt. Anders dan onder art. 76 lid 1 (oud) Rv inzake de rechtbankprocedure is onder art. 106 lid 1 (oud) Rv inzake de kantongerechtsprocedure voor de vraag of de eis al dan niet bij verstek is toegewezen derhalve niet beslissend of de gedaagde is verschenen, maar of hij heeft geantwoord of om uitstel heeft verzocht. Dit onderscheid hangt samen met de procestechnische omstandigheid dat onder het oude procesrecht de gedaagde in een kantongerechtsprocedure niet ter terechtzitting behoefde te verschijnen, maar kon volstaan met een schriftelijke reactie of een verzoek om uitstel. Vgl. H.J. Snijders, M. Ynzonides en G.J. Meijer, Nederlands burgerlijk procesrecht, 2e dr., 1997, nr. 239; M. Ynzonides, Verstek en verzet, diss., 1996, blz. 75.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83, en de alinea staat in dat document op bytes 8848 tot 10017.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83 | shasum -a 256