Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2158.
12. In het licht van het vorenstaande komt het middel mij gegrond voor, zo al niet in zijn rechtsklacht, dan toch in zijn motiveringsklacht. Immers, voor zover de Rechtbank mocht hebben geoordeeld dat voor de beantwoording van de vraag of de Kantonrechter de eis tegen Bruynzeel al dan niet bij verstek in de zin van art. 106 lid 1 (oud) Rv heeft toegezen, niet van belang is of Bruynzeel om uitstel heeft gevraagd, is zij uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Voor zover zij van oordeel mocht zijn geweest dat Bruynzeel niet of niet tijdig om uitstel heeft gevraagd, is dit oordeel, gelet op de hiervoor geciteerde stellingen van [verweerder] c.s., zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83, en de alinea staat in dat document op bytes 12578 tot 13304.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7621e1e9cae3fbd552f2ab187d9e286342c8ee21a49d89e3be7f4efe5bd4a83 | shasum -a 256