Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2159.
4. Het cassatiemiddel strekt ten betoge dat het Hof heeft miskend dat van een tijdige oproeping als voorgeschreven door art. 5:95 BW geen sprake kan zijn ingeval de oproeping pas plaatsvindt in hoger beroep. Betoogd wordt dat de door art. 5:95 BW voorgeschreven oproeping uiterlijk bij conclusie van repliek in eerste aanleg moet worden gedaan om te voorkomen dat de andere procespartij, in casu [eiseres], te zeer in haar belangen wordt geschaad doordat de procedure van de in het geding geroepen partij tegen oorspronkelijk gedaagde een geding in één instantie zal zijn. Geklaagd wordt dat het hoger beroep geen ruimte biedt voor een introductie van een nieuwe procespartij, dat het hoger beroep geen ruimte biedt voor herstel van omissies als de onderhavige en dat het Hof ten onrechte ervan is uitgegaan dat in casu sprake was van een misverstand. Geklaagd wordt voorts dat de rechter niet ambtshalve bevoegd is tot oproeping. Geconcludeerd wordt dat het Hof de Gemeente en Woningbeheer niet-ontvankelijk had moeten verklaren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8, en de alinea staat in dat document op bytes 10520 tot 11565.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8 | shasum -a 256