Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2159.

"De slotzinsnede van het nieuwe artikel 3.8.17 heeft uiteraard zowel betrekking op het geval van instelling van rechtsvorderingen als op dat van indiening van verzoekschriften. In het eerste geval zal de oproeping dienen uit te gaan van degene die de procedure entameert. In het tweede geval zal de verzoeker de naam en het adres van de ander in het verzoekschrift dienen te vermelden: de rechter zal dan de oproeping gelasten ingevolge het bepaalde in artikel 429f Rv. ingevoegd bij de wet van 16 mei 1969, Stb. 200. Zou deze oproeping ter zitting blijken door een misverstand achterwege gebleven te zijn, dan zal de verzoeker aan de rechter aanhouding dienen te vragen opdat alsnog oproeping plaatsvindt. Het artikel stuit (lees: sluit) immers niet uit dat oproeping tegen een latere zittingsdag geschiedt, mits dit maar "tijdig" gebeurt, d.w.z. niet zo laat dat de opgeroepene niet meer de volle gelegenheid zou hebben zijn standpunt uiteen te zetten of dat de gedaagde of verweerder in zijn verdediging zou worden geschaad. Hieruit volgt tevens dat de vraag van de Commissie of het woord "tijdig" in deze bepaling niet overbodig is, ontkennend moet worden beantwoord." (MvA I bij art. 3:218, Parl. Gesch. Boek 3, p. 672.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8, en de alinea staat in dat document op bytes 13344 tot 14582.