Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2159.

"Niet voldoening aan de eis van tijdige oproeping van de personen bedoeld in de artikelen 3.8.17, 3.9.2.6, 5.3.10b, 5.6.8ba en 5.7.1.7 (artt. 3:218, 3:245, 5:32, 5:81 en 5:95; DVL), leidt tot niet-ontvankelijkheid of, in een meer algemene terminologie, niet toewijsbaarheid van de vordering. Wel staat het de rechter vrij om deze niet-ontvankelijkheid te voorkomen door, zo hij het ontbreken van een oproeping constateert, de zaak aan te houden teneinde de betreffende partij in de gelegenheid te stellen alsnog voor oproeping zorg te dragen, uiteraard ervan uitgaande dat dit in het kader van het betreffende geding dan nog als "tijdig" kan worden beschouwd." (MvA I Inv. bij art. 5:81 (Parl. Gesch. Inv. Boek 5, p. 1052-1053.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8, en de alinea staat in dat document op bytes 14602 tot 15343.