Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2159.

Dit criterium zowel tegenover de derde als tegenover de gedaagde, is een processueel criterium, zoals in artikel 94 Rv (nietige dagvaarding) en art. 134 Rv (verandering van eis), ter bescherming van de processuele positie van die partij. Veel kan dus afhangen van de ruimte die de rechter nog kan en wil geven om nog met de deelname van de derde aan het proces rekening te houden. Of de oproep tijdig plaatsvond hangt niet alleen af van het stadium waarin het proces is gevorderd, maar vooral ook van de houding die de derde aanneemt. Verschijnt de derde niet, refereert hij zich aan het oordeel van de rechter of volstaat hij met zich zonder verdere argumentatie te voegen aan de zijde van de eiser, dan is het vrijwel niet denkbaar dat de derde onvoldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunt uiteen te zetten of dat de gedaagde in zijn verdediging is geschaad. Wil de derde voorkomen dat de oproep ontijdig wordt geoordeeld, dan kan het raadzaam zijn voor die derde naast hetgeen hij zelf te berde wil brengen, subsidiair te concluderen tot een gave referte voor het geval de rechter de oproep ontijdig mocht bevinden. Afhankelijk van de aan de hand van genoemd criterium te maken afwegingen kan de oproep nog tijdens het gehele geding, zelfs na verzet en hoger beroep, nog tijdig zijn, evenals zulks het geval kan zijn bij de gewone voeging en tussenkomst."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a95056b171a5705ea016f392902c5cdc876d66698b298c92358286b204b0e8b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17569 tot 18949.