Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Alinea 361 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2161.
Verder wordt aangevoerd dat de ondernemingskamer heeft miskend dat de artikelen 2:8 en 2:92 lid 2 BW niet (kunnen) zijn geschonden nu SBBR niet optrad in haar hoedanigheid van aandeelhouder van RNA waardoor niet gezegd kan worden dat RNA financiële steun heeft verleend aan een aandeelhouder maar aan een onafhankelijke belangenvereniging zoals VEB (zie onderdeel 10.8). Subsidiair wordt hieraan toegevoegd (zie onderdeel 10.9) dat vanwege de zeggenschap van Westfield in het voorliggende geval géén sprake was van - groepen van - aandeelhouders die zich in gelijke omstandigheden bevonden, althans "voor de ongelijke behandeling een redelijke en objectieve rechtvaardiging" kon worden aangewezen als bedoeld in HR 31 december 1993, NJ 1994, 436 m.nt. Ma (Verenigde Bootlieden).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc78a86b26fb991abca132ad271809df500a941cacf1fa1277145e570436f29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc78a86b26fb991abca132ad271809df500a941cacf1fa1277145e570436f29a, en de alinea staat in dat document op bytes 131374 tot 132168.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc78a86b26fb991abca132ad271809df500a941cacf1fa1277145e570436f29a | shasum -a 256