Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Alinea 576 Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2161.

89 Zie mijn conclusies vóór HR 13 april 2001, NJ 2002, 391 m.nt. HJS (onder 2.12-2.16) en HR 1 februari 2002, NJ 2002, 120 (onder 2.13-2.14) en de daar genoemde literatuur en jurisprudentie, waaronder Asser-Vranken, Algemeen Deel, 1995, nr. 155 e.v.; A.M.J. van Buchem-Spapens, Anticipatie, Mon. NBW A-23, nr. 22 en 23. Zie ook A-G Strikwerda in zijn conclusie vóór HR 12 mei 1989, NJ 1990, 235 (onder 2.15). Zie over dit leerstuk vrij recent: O.A. Haazen, Algemeen deel van het rechterlijk overgangsrecht, diss. KUB 2001, blz. 297-315.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc78a86b26fb991abca132ad271809df500a941cacf1fa1277145e570436f29a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc78a86b26fb991abca132ad271809df500a941cacf1fa1277145e570436f29a, en de alinea staat in dat document op bytes 209203 tot 209756.