Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2292.

3.5. In de beklagprocedures ingevolge art. 552a resp. 552b Sv kan in voorkomende gevallen de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp resp. een geldelijke tegemoetkoming na verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer worden verkregen. Voor de vergoeding van (evt. resterende) schade ten gevolge van een inbeslagneming kan de betrokkene zich wenden tot de civiele rechter. Deze heeft, in Straatsburgse terminologie, jurisdiction to examine all questions of fact and law relevant to the dispute before it(26). Aan toegangen tot de rechter is hier dus geen gebrek. Men zou zich hoogstens kunnen afvragen of een wettelijk stelsel dat toestaat dat een overheidsorgaan voor een strafvorderlijk doel voorwerpen van anderen dan de verdachte in beslag neemt zonder dat compensatie wordt geboden voor de daardoor veroorzaakte schade, verenigbaar is met het recht op bescherming van de eigendom zoals neergelegd in art. 1 Eerste Protocol EVRM. Mijn probleem is nu dat het cassatiemiddel deze verdragsbepaling wel noemt, maar de vraag niet in deze vorm aan de cassatierechter heeft voorgelegd. Ook in feitelijke instanties heeft [eiseres] geen beroep op art. 1 Eerste Protocol EVRM gedaan; [eiseres] heeft zich slechts in het algemeen beroepen op een schending van haar eigendom.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/160cae478860fdea6d65300ebeca9ea6486d65205d7b2670802dcd9853eef75c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 160cae478860fdea6d65300ebeca9ea6486d65205d7b2670802dcd9853eef75c, en de alinea staat in dat document op bytes 38788 tot 40077.