Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2293.
Bij de beoordeling van het optreden van de Staat op de vervoersmarkt is, aldus het hof, uitgangspunt of de voor belanghebbenden nadelige gevolgen daarvan al dan niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat optreden te dienen belangen. De eis, uit het artiestenbemiddelingsarrest van de Hoge Raad van 1974(4), dat over de onevenredigheid van die nadelige gevolgen in redelijkheid geen verschil van mening kan bestaan, kan onder het huidige art. 3:4 Awb niet (meer) worden gesteld. Voor de beoordeling of de belangen van particuliere dienstverleners onevenredig worden geschaad zijn de in het maatschappelijk verkeer levende opvattingen op dat punt van belang (rov. 7.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05, en de alinea staat in dat document op bytes 10909 tot 11597.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05 | shasum -a 256