Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2293.
In de tweede plaats valt dit af te leiden - zonder dat ik daartoe reeds afzonderlijk behoef in te gaan op de middelonderdelen 2a e.v. - uit de wijze waarop het hof in rov. 7.3 e.v. de toetsing van het door de verenigingen aan de Staat verweten handelen heeft uitgevoerd. Daarbij is veeleer van een volledige dan van een marginale toetsing sprake. Het hof geeft ook in rov. 7.2 (slot) en rov. 7.3 te kennen dat het zal toetsen aan de 'in het maatschappelijk verkeer levende opvattingen' en doet dat in zijn visie vervolgens ook in de r.ovv. 7.3 e.v. Het hof stelt zich daarbij dus niet de vraag of de Staat redelijkerwijs heeft kunnen oordelen dat het hem verweten handelen niet met de terzake in het maatschappelijk verkeer levende opvattingen in strijd zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05, en de alinea staat in dat document op bytes 19087 tot 19859.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4fe3e7b760afdd375cca7c207336559a26fd566e254e8bd97623fe2176ca2f05 | shasum -a 256