Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2342.
2.] binnen de organisatie verdiende [betrokkene] persoonlijk het meeste aan de drugstransporten. Het uiteindelijke wederrechtelijke voordeel voor [betrokkene] persoonlijk was tenminste gelijk aan het totaalbedrag dat ter zake van de drugstransporten werd geïnvesteerd en hetgeen aan derden voor hun diensten is betaald. Deze stelling kan als een minimale uitgangspositie worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a01ce7f87adf8b1fdfeb8e346b626ae89ab78b46a35e6600f82c7a435f64deaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a01ce7f87adf8b1fdfeb8e346b626ae89ab78b46a35e6600f82c7a435f64deaf, en de alinea staat in dat document op bytes 15909 tot 16313.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a01ce7f87adf8b1fdfeb8e346b626ae89ab78b46a35e6600f82c7a435f64deaf | shasum -a 256