Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2342.

50. Zoals de steller van het middel erkent, is de overweging van het hof in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad (zie HR NJ 1998, 631 en HR 23 november 1999, 111.841 P). Ik zie niet in waarom de verwerping door het hof nadere motivering behoefde, nu bij de bepaling van het aan voordeel in aanmerking te nemen bedrag geen rekening dient te worden gehouden met belastingheffing (zie HR 17 februari 1998, NJ 1998, 499) en het faillissement van verzoeker slechts iets zegt over zijn huidige financiële toestand. Ten aanzien van de toekomstige draagkracht verplicht de enkele opmerking dat verzoeker geen bedrijf kan opstarten het hof niet tot een nadere motivering. Waarom verzoeker nooit meer een bedrijf kan opstarten is mij niet duidelijk: na het betalen van alle schulden staat daaraan niets in de weg; en waarom het opstarten van een eigen bedrijf de enige mogelijke inkomensbron voor verzoeker zou zijn is eveneens onduidelijk. Het hof heeft het verweer dan ook, zonder blijk te geven van een verkeerde rechtsopvatting, op toereikende gronden verworpen. Het middel faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a01ce7f87adf8b1fdfeb8e346b626ae89ab78b46a35e6600f82c7a435f64deaf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a01ce7f87adf8b1fdfeb8e346b626ae89ab78b46a35e6600f82c7a435f64deaf, en de alinea staat in dat document op bytes 34394 tot 35489.