Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2343.

14. De in art. 67 AWR geregelde geheimhoudingsplicht van (kort gezegd) de belastingambtenaar is daarvan een voorbeeld. De belastingwetgeving legt op vele personen uiteenlopende en indringende verplichtingen tot het verstrekken van gegevens die, reeds op zichzelf beschouwd of in verband met andere gegevens, diep in de persoonlijke levenssfeer kunnen doordringen. Een doeltreffende uitvoering van de belastingwet vergt dat degenen die verplicht zijn deze gegevens aan de belastingdienst te verstrekken er op kunnen vertrouwen dat de bijeengebrachte gegevens niet verder worden verspreid, tenzij er een wettelijke basis is voor verdere verspreiding met het oog op andere publieke taken die gewichtig genoeg zijn om dat te rechtvaardigen. In het laatste voorziet de in het tweede lid van art. 67 AWR geregelde mogelijkheid een ontheffing van de geheimhoudingsplicht te verlenen, nader uitgewerkt in het Voorschrift Informatieverstrekking 1993.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9055ef6840ee1988619c0c51c2f32e4e8669a4abb806dbf62092c73fb81ccdda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9055ef6840ee1988619c0c51c2f32e4e8669a4abb806dbf62092c73fb81ccdda, en de alinea staat in dat document op bytes 12201 tot 13155.