Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2676.
2.1 Op 5 maart 1996 heeft [verweerder] [eiser] gedagvaard voor de Rechtbank Breda en gevorderd [eiser] te veroordelen tot vergoeding van schade op te maken bij staat. Daaraan heeft hij - voor zover in cassatie nog van belang - ten grondslag gelegd dat [eiser] het pad waarop het servituut is gevestigd niet onderhoudt en hierop 'voortdurend hinderlijke obstakels plaatst' en dat [eiser] bekend was met het feit dat hij vervuilde grond verkocht, welke vervuiling door toedoen van [eiser] zou zijn veroorzaakt. De gevorderde schade bestaat, voor zover in cassatie van belang, uit de kosten van het onderzoek naar de verontreiniging en de kosten verbonden aan sanering van de bodem (inl. dagv. blz. 2-4). Aan de dupliek in conventie is een aantal foto's gehecht. Onder één daarvan is getypt dat het gras op het dienend erf voorjaar 1995 30 à 40 cm. hoog stond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1, en de alinea staat in dat document op bytes 5693 tot 6566.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1 | shasum -a 256