Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2676.
2.3.1 De Rechtbank heeft - in haar bewoordingen - in haar onder 1.1 genoemde tussenvonnis de vordering van [verweerder] met betrekking tot het plaatsen van hinderlijke obstakels door [eiser] afgewezen.(3) Daartoe(4) (sic) overwoog de Rechtbank dat [verweerder] geen feiten of omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat hij door het niet onderhouden van het pad door [eiser] hinder ondervindt en schade heeft geleden en nog lijdt. De Rechtbank nam daarnaast in aanmerking dat [verweerder] het verweer van [eiser], inhoudende dat hij na zijn veroordeling in kort geding tot verwijdering van een door hem geplaatst hek nimmer meer enig obstakel op het pad heeft geplaatst, niet heeft weersproken (rov. 3.9).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1, en de alinea staat in dat document op bytes 7383 tot 8105.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1 | shasum -a 256