Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2676.
3.11 Art. 739 lid 1 BW (oud) bepaalde dat de eigenaar van het dienstbare erf niets mocht verrichten "hetgeen strekken mogt om het gebruik der erfdienstbaarheid te verminderen of het zelve ongemakkelijker te maken". Een dergelijke bepaling is in het huidige BW niet opgenomen. In de parlementaire geschiedenis wordt hierover opgemerkt dat art. 5:71 BW de rechter de nodige vrijheid laat ten aanzien van de vraag in hoeverre een erfdienstbaarheid die tot een dulden of niet doen verplicht, voor de eigenaar van het dienende erf, zonder dat in de akte van vestiging daarover iets is bepaald, bijkomstige verplichtingen meebrengt om te doen wat noodzakelijk is om te voorkomen dat de uitoefening van de erfdienstbaarheid onmogelijk of minder gemakkelijk wordt. Zo zal in geval van een erfdienstbaarheid van weg de eigenaar van het dienende erf die deze weg door een obstakel afsluit verplicht zijn dit obstakel uit de weg te ruimen.(8) Hij kan daartoe uit hoofde van art. 3:296 BW worden veroordeeld.(9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1, en de alinea staat in dat document op bytes 20888 tot 21900.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1 | shasum -a 256