Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2676.

3.20 [Eiser] zoekt zijn heil in de adressering van de brief. Dat lijkt mij niet juist. Nog daargelaten dat correspondentie met Dagblad de Stem op dit punt goede zin mist, ziet [eiser] eraan voorbij dat hij reflecteert op een advertentie. Dat blijkt zowel uit de tekst van de brief als uit de vermelding "brief onder nr (....)". [Eiser] heeft deze brief dus geschreven met het oogmerk dat derden aan wie de brief materieel was gericht daaraan betekenis zouden toekennen. Nu de brief in handen is geraakt van [verweerder] kan hij zich er moeilijk over beklagen dat [verweerder] deze brief gebruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1, en de alinea staat in dat document op bytes 24834 tot 25443.