Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 80 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2676.
7 In het oud-BW werd een aantal erfdienstbaarheden met name genoemd. Sommige auteurs zijn van mening dat ook aan deze bepalingen nog betekenis toekomt voor vóór 1 januari 1992 gevestigde erfdienstbaarheden, K.F.M. Berger, Burenrecht, mandeligheid, erfdienstbaarheden (2001) blz. 194 Pitlo/Reehuis, Heisterkamp, Goederenrecht (2001) blz. 443. In Asser-Mijnssen-Davids-Van Velten (1996) blz. 170 wordt vermeld dat de meeste schrijvers aan die bepalingen weinig betekenis toekenden. Wat hiervan zij, uit art. 733 BW (oud) kan niets worden opgemaakt. Lid 3 van genoemd artikel bepaalde dat de erfdienstbaarheid van weg het recht was om er met een wagen, een rijtuig, enz. over te rijden. Was de breedte van de weg niet bij de titel bepaald, dan werd die breedte, aldus lid 4, geregeld overeenkomstig de bijzondere verordeningen of plaatselijke gebruiken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1, en de alinea staat in dat document op bytes 30341 tot 31207.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/29917a0ccee3b624e5701708671c2061dfeec83cebf005694c36d32cc74568d1 | shasum -a 256