Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2679.

13) Mijns inziens valt over de geldigheid van de door het hof aan zijn oordeel ten grondslag gelegde algemene uitgangspunten te twisten. Zij impliceren dat ieder kind dat zijn vriendje tijdens hun spel in het water duwt onrechtmatig handelt. Eveneens brengen zij mee dat jegens de winnaars van een roeiwedstrijd die door hun verliezende tegenstanders te water worden gelaten onrechtmatig wordt gehandeld. Bovendien leidt het consequent doordenken van deze uitgangspunten tot de conclusie dat het organiseren van evenementen op en om het water onrechtmatig is, omdat er altijd rekening mee gehouden moet worden dat het water vies is en de bodem bedekt met onzichtbare obstakels.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/298666a7f0d1211e745afb4f4ece78a749f4456f3cc4a20daa8589c9fba22fa9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 298666a7f0d1211e745afb4f4ece78a749f4456f3cc4a20daa8589c9fba22fa9, en de alinea staat in dat document op bytes 20879 tot 21572.