Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2680.

3) Bij vonnis van 6 juli 1999 heeft de rechtbank geoordeeld dat uit hetgeen [eiser] heeft aangevoerd niet kan worden afgeleid dat [verweerder] jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld, waarna zij de vordering heeft afgewezen. Aan dit oordeel liggen onder meer de volgende overwegingen ten grondslag. Het KNSB-trainingsuur is speciaal bestemd voor de training voor wedstrijden en dus mede voor het door de deelnemers verkennen en verleggen van hun persoonlijke grenzen, onder meer wat betreft de snelheid. Bovendien is de toegang tot het trainingsuur niet vrij. Daaruit volgt dat deelnemers aan het trainingsuur tot op zekere hoogte gedragingen hebben te dulden die daarbuiten mogelijk een onrechtmatig karakter zouden dragen. Daarbij is van geen belang of in eigenlijke zin sprake is van een zogenaamde sport- en spelsituatie (r.o. 4.3). Voorts is gebleken dat het niet ongebruikelijk is dat tijdens het KNSB-trainingsuur door schaatsers een trainingsschema wordt aangehouden dat mede inhoudt dat in een bocht op topsnelheid wordt gereden. Bovendien kent het trainingsuur een maximumaantal deelnemers van 250, juist om te voorkomen dat het op de ijsbaan te druk zou kunnen zijn om een dergelijk trainingsschema aan te kunnen houden (r.o. 4.4.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa, en de alinea staat in dat document op bytes 7065 tot 8320.