Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2680.

Wat betreft het passeren door het hof van het aanbod van [eiser] om "zijn stellingen nader te bewijzen, door het doen horen van getuigen (...), omtrent de gangbare omstandigheden van het trainingsuur, en evenzeer om het Hof voor te lichten over de aard en de aanleiding van een valpartij als die van geïntimeerde (i.c. [verweerder], ASH)" geldt dat het hof zijn oordeel heeft gevormd tegen de achtergrond van vastgestelde feiten omtrent de gebruikelijke gang van zaken tijdens het trainingsuur en omtrent de handeling van [verweerder] en de daarop volgende valpartij. Tegen deze achtergrond kon het hof het bewijsaanbod van [eiser] m.i. als te vaag dan wel niet terzake dienend verwerpen. Mogelijk zag dit bewijsaanbod niet zozeer op de vaststelling van feiten op grond waarvan het hof tot een ander oordeel zou kunnen komen, als op de kwalificatie van de vastgestelde omstandigheden als abnormaal resp. onzorgvuldig. Een (juridisch getinte) waardering leent zich echter in het algemeen niet rechtstreeks voor bewijslevering (zie HR 19 juni 1998, NJ 1998, 777 en de conclusie van A-G Langemeijer onder 2.5).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa, en de alinea staat in dat document op bytes 12091 tot 13213.