Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2680.
9) Deze klacht mist feitelijke grondslag. In r.o. 4.4 heeft het hof de stellingen van [eiser] samengevat aldus dat [eiser] [verweerder] ervan een verwijt maakt dat deze tijdens het KNSB-trainingsuur, een drukke schaatstraining, een wedstrijdsituatie heeft willen simuleren door met volle snelheid een sprint in te zetten en in de bocht aan te houden, terwijl hij wist of moest weten dat daaraan het risico verbonden was dat hij uit de bocht zou vliegen en - in verband met de aanwezigheid van de vele "uitrijders" aan de buitenkant van de baan - vervolgens tegen iemand op zou botsen. In r.o. 4.5 heeft het hof vervolgens het oordeel van de rechtbank weergegeven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de handeling van [verweerder] in het licht van de sport- en spelsituatie waarin hij en [eiser] zich bevonden niet ongebruikelijk was. Om die reden heeft [eiser] volgens de rechtbank zijn stelling dat [verweerder] te hard heeft gereden en daarom jegens hem, wegens de daaruit voortvloeiende risico's, onrechtmatig heeft gehandeld, onvoldoende onderbouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa, en de alinea staat in dat document op bytes 13783 tot 14847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebff90b5319cfcd74eaf995bebfaddb3e5e8c332a5a1ee560d9e667409c5a2fa | shasum -a 256