Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2683.

3.21 Het heeft er enigszins de schijn van dat het de Rechtbank heeft gestoken dat [eiseres], naar zij zelf heeft gesteld, [verweerder] welbewust niet heeft ingelicht over de wettelijke termijn. Zelfs als men zou menen dat het betamelijk zou zijn geweest zulks te doen, is m.i. onverdedigbaar dat het naar de maatstaf van art. 6:2 lid 2 BW onaanvaardbaar was zulks na te laten. Het lijkt mij overvraagd van een verhuurder te vergen dat hij een ander wijst op de mogelijkheid om, allicht voor vele jaren, voor een veel te lage huur in de woning te blijven wonen. Stilzwijgen van de verhuurder is dan al helemaal niet onaanvaardbaar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 22628 tot 23272.