Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2683.
3.25 Zou men in een situatie als de onderhavige, waarin geen werkelijk schrijnende of in rechtens relevante mate van dagelijkse situaties afwijkende omstandigheden zijn aangevoerd, art. 7A:1623i lid 2 BW ter zijde schuiven dan zou in feite in de grote meerderheid van gevallen de bijl worden gezet aan deze bepaling. Daarvoor bestaan, als gezegd, m.i. geen, laat staan voldoende klemmende argumenten. Het zou ook op gespannen voet staan met het wettelijk uitgangspunt dat art. 6:2 lid 2 BW slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden ingeroepen, eens te meer nu het hier gaat om een bepaling van dwingend recht.(21) Het ligt eens te minder voor de hand nu de betrokken bepaling, als gezegd, in inhoudelijk ongewijzigde vorm in het nieuwe huurrecht terugkeert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 24579 tot 25353.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0 | shasum -a 256