Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 74 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2683.
3.28.3 Te minder nu [verweerder] - die volgens zijn eigen stellingen een verantwoordelijke internationale functie vervulde - zich ten minste de vraag had kunnen stellen wat zijn juridische situatie na het overlijden van zijn moeder was nu zij en niet hij de huurder was. Er zijn ongetwijfeld allerlei redenen waarom hij zich daarom niet (of onvoldoende) heeft bekreund(23) maar ook tegen deze achtergrond kan het moeilijk onaanvaardbaar worden genoemd om hem het verstrijken van de wettelijke termijn tegen te werpen. In de benadering van [verweerder] wordt het wettelijk stelsel van termijnen m.i. op de helling gezet en doet een niet te verkiezen rechtsonzekerheid haar intrede. Er zijn immers zoveel meer - trieste - gevallen waarin betrokkenen in onwetendheid verkeren (trouwens zeker niet alleen op het stuk van termijnen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 27720 tot 28561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0 | shasum -a 256