Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2683.

3.31 Hiervoor onderschreef ik de opvattingen in de rechtspraak en de doctrine dat art. 6:2 lid 2 BW in bijzondere gevallen strikt vasthouden aan de termijn van art. 7A:1623i lid 2 BW kan voorkomen.(24) In dergelijke situaties kan de rechter m.i. voorwaarden stellen waaraan moet zijn voldaan vooraleer een beroep op (strikte toepassing van) art. 7A:1623i lid 2 BW wordt gepasseerd. Zo'n voorwaarde zou bijvoorbeeld kunnen worden gesteld wanneer een aspirant-huurder de termijn van zes maanden heeft laten verstrijken doch waarin deze er een evident belang bij heeft om in het "gehuurde" te blijven wonen. Wanneer het belang van de verhuurder om betrokkene te zien vertrekken gelegen is een een (wezenlijk) te lage huur lijkt mij alleszins denkbaar dat overschrijding van bedoelde termijn slechts met de mantel der liefde wordt bedekt wanneer de aspirant-huurder een naar omstandigheden redelijke huur gaat betalen. De belangen van beide partijen worden dan met elkaar verzoend. Na zodanige "verzoening" kan het zeker naar de maatstaf van art. 6:2 lid 2 BW onaanvaardbaar zijn als een verhuurder nochtans wil vasthouden aan overschrijding van de termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3827bf9e07beaf3dce0833d31e62241aa394ba7756804df7594bdac88948d9f0, en de alinea staat in dat document op bytes 29188 tot 30354.