Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2686.

De man stelt dat hij ten tijde van de terechtzitting in hoger beroep op 4 juli 2001 van mening was dat het huwelijk van partijen niet duurzaam was ontwricht, maar kort nadien heeft afgezien van relatietherapie omdat hem door nieuwe feiten en omstandigheden duidelijk werd dat deze therapie niet tot het daarmee door hem beoogde doel zou kunnen leiden wegens volstrekt gebrek aan vertrouwen in de vrouw. Hij verzet zich thans tegen de echtscheiding omdat hij niet in staat is de door de rechtbank bij de beschikking waarvan beroep bepaalde en uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitkering tot levensonderhoud van de vrouw te betalen, en het vanwege deskundigenonderzoek nog enige tijd zal duren voordat op zijn appèl dienaangaande definitief zal worden beslist. Uit de relatie tussen de man en zijn huidige partner, [betrokkene 1], is op 19 februari 2001 geboren [het kind].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d0920503052f036ea011c4f6885447b7197cb4a30c65ccced24899b970c9a98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d0920503052f036ea011c4f6885447b7197cb4a30c65ccced24899b970c9a98, en de alinea staat in dat document op bytes 8121 tot 9009.