Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2686.
Uit de bepaling van art. 825e lid 2 (oud) Rv volgt dat de voorlopige voorziening met betrekking tot het levensonderhoud van de vrouw haar kracht zou verliezen op het tijdstip van inschrijving van het vonnis in de registers van de burgerlijke stand. Indien op dat tijdstip nog geen beslissing zou zijn gegeven op de in de hoofdzaak door de vrouw ingestelde alimentatievordering, zou de vrouw het gevaar lopen van alimentatie verstoken te blijven tot het moment waarop op deze vordering zou zijn beslist. De vrouw had daarom voldoende belang bij het instellen van hoger beroep tegen het vonnis, ook voor zover daarbij de echtscheiding was uitgesproken, en bij haar vordering tot gelijktijdige afdoening van haar vorderingen, te weten het belang te voorkomen dat dit vonnis in kracht van gewijsde zou gaan en vervolgens zou kunnen worden ingeschreven, waardoor de voorlopige alimentatiebeschikking haar kracht zou verliezen. Ook de aard van het rechtsmiddel stond niet eraan in de weg dat de vrouw hoger beroep instelde met het - door haar met zoveel woorden aangegeven - doel om de band tussen haar vordering tot echtscheiding en haar alimentatievordering te herstellen en gelijktijdige afdoening daarvan te vorderen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3d0920503052f036ea011c4f6885447b7197cb4a30c65ccced24899b970c9a98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3d0920503052f036ea011c4f6885447b7197cb4a30c65ccced24899b970c9a98, en de alinea staat in dat document op bytes 11179 tot 12408.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3d0920503052f036ea011c4f6885447b7197cb4a30c65ccced24899b970c9a98 | shasum -a 256