Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2688.

1.2 Zowel in het inleidend verzoekschrift als in de beschikkingen van de rechtbank en het hof wordt vermeld, dat bij beschikking van 5 december 2000 van het kantongerecht te Delft de vader en de moeder ingevolge art. 1:252 BW gezamenlijk belast zijn met het ouderlijk gezag over [het kind]. Dat het gezamenlijk gezag zou berusten op een beschik-king van de kantonrechter (in het procesdossier heb ik een dergelijke beschikking niet aangetroffen) lijkt mij onaannemelijk, omdat ingevolge art. 1:252, eerste lid, BW het gezamenlijk gezag berust op een aantekening in het gezagsregister, gesteld op verzoek van beide ouders. Alleen in het geval, bedoeld in het derde lid van art. 1:252 (onbevoegdheid van één of beide ouders anders dan vanwege minderjarigheid of ondercuratelestelling) kan de kantonrechter worden verzocht de aantekening te gelasten. Dat van een dergelijk geval sprake zou zijn, blijkt niet uit de stukken. Het lijkt mij denkbaar, dat er een misverstand is ontstaan door de wijze waarop de aantekening in het gezagsregister is vermeld, nl. een datum 5 december 2000 en daarachter: kantongerecht Delft ( in een later uittreksel d.d. 31-10-2002 is dit laatste gewijzigd in: sector kanton Delft). Ingevolge art. 1:244 BW (zoals dat luidde tot de wijziging bij Wet van 6 december 2001, Stb. 584) berust het gezagsregister bij het kantongerecht (thans rechtbank). In het dossier ligt een brief van de raadsman van de moeder d.d. 1 november 2002, waarin deze vermeldt contact te hebben opgenomen met de griffie van het Kantongerecht te Delft en dat uit het uittreksel uit het gezagsregister blijkt, dat op 5 december 2000 aantekening heeft plaatsgevonden van gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze aantekening moet, aldus de raadsman, worden aangemerkt als de beschikking van 5 december 2000. Ik heb naar deze kwestie geen nader onderzoek ingesteld, omdat het i.c.voldoende vaststaat dat er sprake is van gezamenlijk gezag, daargelaten of dat berust op een aantekening als bedoeld in art. 1:252, eerste lid, dan wel op een kantonrechterlijke beschikking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa, en de alinea staat in dat document op bytes 4727 tot 6821.