Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2688.

" De beëindiging van het gezamenlijk gezag dat na scheiding heeft voortgeduurd (artikel 251, tweede lid) of van het gezamenlijk gezag dat door een aantekening is ontstaan (artikel 252) geschiedt door een rechterlijke beslissing. In paragraaf 1.8 is reeds betoogd dat de inmenging van de rechter in dit geval noodzakelijk wordt geacht. Het gaat om de gevallen dat de ouders of één van hen bij nader inzien na de scheiding of na de aantekening het gezag niet langer gezamenlijk kunnen en willen uitoefenen. Er kan sprake zijn van een wijziging van omstandigheden, waardoor het belang van het kind er niet langer mee is gediend dat het gezamenlijk gezag voortduurt. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de contacten tussen de ouders onderling zo stroef verlopen - ook als het gaat om zaken die het kind betreffen - dat in het vervolg beter één van de ouders het gezag kan uitoefenen. Tegelijk met de beslissing als hier bedoeld kan in een omgangsregeling worden voorzien, als de ouders het daarover niet zelf eens kunnen worden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa, en de alinea staat in dat document op bytes 13810 tot 14850.