Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2688.
"Men kan zich in het licht van de rechtspraak van vóór 2 november 1995 afvragen of het enkele feit dat een van de ouders niet langer de gezamenlijke gezagsuitoefening wenst (denk aan de verzorgende ouder) voldoende grond is voor wijziging in eenhoofdig gezag. Onder het oude recht van vóór 1 januari 1998 besliste de Hoge Raad (9 juni 1989, NJ 1990, 105 m.nt. E.A.A. Luijten) dat het gezamenlijk gezag beëindigd kon worden als een van de ouders dat wenste en dat de redelijkheid van die wens niet door de rechter behoefde te worden getoetst. Maar op grond van de sinds 1 januari 1998 bestaande regel dat gezamenlijk gezag na een scheiding in beginsel voortduurt en de recente rechtspraak in dat verband (zie aant. 4 bij art. 251), moet worden aangenomen dat die wens niet meer voldoende is voor de beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Niet de 'eenvoudige' wens van de ouders maar het belang van het kind is hier beslissend. De rechtspraak gaat ervan uit dat het belang van het kind in beginsel gediend is met gezamenlijk ouderlijk gezag."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa, en de alinea staat in dat document op bytes 26025 tot 27094.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4bd009ba2a930e0635e1ba1ac17bb102de901e3c8abe5b91b41f382503946fa | shasum -a 256