Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 mei 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2691.

2.1. Het eerste onderdeel van het middel is gericht tegen het uitgangspunt dat de Rechtbank in r.o. 19 hanteert dat bij de bepaling van de aan Pacific Travel toekomende schadeloosstelling moet worden uitgegaan van liquidatie. De Rechtbank heeft zich voor dat oordeel (ten dele) aangesloten bij de bevindingen van de deskundigen. Zij zijn van oordeel dat een redelijk handelend ondernemer onder de omstandigheden van dit geval niet voor verplaatsing zal kiezen. Zij nemen daarbij onder meer in aanmerking dat het familiebedrijf ondanks de hoge omzet en de lage lonen niet of nauwelijks winstgevend is, dat aan de rentelasten, die overigens in 2000 sterk zijn gestegen, ten grondslag liggende leningen worden gefinancierd door kredietinstellingen, zowel als door familie en dat het bedrijf niet in een aanloopfase verkeert. Deskundigen vinden mede redengevend voor hun oordeel dat de huurkosten die Pacific Travel voor de onteigende bedrijfsruimte betaalt, laag zijn. De Rechtbank legt deze bevinding van deskundigen echter niet aan haar oordeel ten grondslag. Dat is in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad in zijn arrest van 12 april 2000, NJ 2000, 625 m.nt. PCEvW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/628d3bb2a396794820e9dd6787eaad7850b611d7e842879c26b0cf10a01402a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 628d3bb2a396794820e9dd6787eaad7850b611d7e842879c26b0cf10a01402a3, en de alinea staat in dat document op bytes 8419 tot 9610.