Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2828.

17 Zie over de in de rechtspraak van de HR aanvaarde uitzonderingen ook A-G Vranken in zijn conclusie vóór HR 19 februari 1993, NJ 1993, 351 en H.E. Ras in zijn noot onder dat arrest. Zie ook B. Winters in: Tot persistit! (opstellen aangeboden aan H.J. Snijders), Arnhem 1992, blz. 85-97. W.H. Heemskerk schreef in zijn noot onder HR 19 december 1975, NJ 1976, 574: "Met enige voorzichtigheid kan worden gezegd, dat in deze arresten zich een onderscheid aftekent tussen gronden voor niet-ontvankelijkheid van het principaal beroep, die reeds uit de dagvaarding blijken, en gronden voor niet-ontvankelijkheid van het principaal beroep, gelegen in latere proces-suele gebeurtenissen, zoals het niet aanvoeren van grieven door de appellant."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953, en de alinea staat in dat document op bytes 57460 tot 58213.