Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 201 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2828.
52 De parallel van Ynzonides met afstand van instantie gaat niet op: bij afstand van instantie vinden de belangen van de verschenen gedaagde bescherming tegen de (eenzijdige) voortijdige beëindiging door de verschenen eiser van de aangebrachte zaak opdat de gedaagde niet wordt gefrustreerd in de uitoefening van de hem toekomende processuele bevoegdheden zoals die tot het instellen van incidenteel beroep. Zie hierover Ras in zijn noot onder NJ 1994, 606 (punt 11) die aanneemt dat afstand van instantie niet (meer) in de weg staat aan een later ingesteld incidenteel beroep. Zie ook recent Van Maanen 2002 (T&C Rv.), art. 249, aant. 1 onder d. Anders Vademecum BRv. (Sterk), nr. 25.4.2 die meent dat de appellant met afstand van de instantie vóór het antwoord een einde van het geding kan forceren en incidenteel appel van de baan is. De NRv-wetgever heeft de verdere ontwikkeling van deze materie aan de rechtspraak overgelaten (zie MvT, TK 1999-2000, 26 855, nr. 3, blz. 140).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953, en de alinea staat in dat document op bytes 68726 tot 69727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953 | shasum -a 256