Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 77 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2828.

3.8 Over deze kwestie heeft de Hoge Raad zich uitgesproken in zijn arrest van 18 februari 1994, NJ 1994, 606 m.nt. HER(24). In die zaak hadden de eisers tot cassatie (Zoontjes) hun cassatiedagvaarding na het verstrijken van de cassatietermijn doch vóór de aangezegde rechtsdag "ingetrokken" bij exploit onder de aanzegging dat deze cassatiedagvaarding niet zou worden aangebracht, waarna de verweerster in cassatie (Kijlstra) de ingetrokken dagvaarding niettemin alsnog ter rolle van de Hoge Raad deed inschrijven en bij antwoord incidenteel cassatieberoep instelde. Zoontjes betoogden daarop dat een ingetrokken cassatiedagvaarding niet voor inschrijving ter rolle in aanmerking komt en geen bruikbare basis vormt voor het instellen van incidenteel cassatieberoep, zodat Kijlstra niet-ontvankelijk was in haar beroep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953, en de alinea staat in dat document op bytes 25749 tot 26582.