Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 95 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2828.

De Hoge Raad heeft in dat arrest voorop gesteld dat de wet, blijkens de anders overbodige bevoegdheid van de gedaagde om met toepassing van de artikelen 139 en 75 Rv. oud ontslag van instantie te verkrijgen, aan niet-tijdige inschrijving ter rolle niet het verval van de rechtskracht van de dagvaarding als sanctie verbindt en dat dit verzuim in ieder geval kan worden hersteld doordat de zaak met toestemming van de wederpartij alsnog op de rol wordt geplaatst, welke toestemming in beginsel niet behoeft te worden gegeven(32).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953, en de alinea staat in dat document op bytes 34026 tot 34568.