Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2828.
Mede gelet op het grote gewicht dat in deze materie moet worden gehecht aan het belang van de rechtszekerheid, heeft de Hoge Raad geoordeeld dat niet-tijdige inschrijving ter rolle in beginsel leidt tot niet-ontvankelijkheid van de vordering of het rechtsmiddel waarop de dagvaarding betrekking had maar dat hierop, in het licht van de eisen van behoorlijke rechtspleging, een uitzondering moet worden gemaakt voor het geval dat de wederpartij die naliet van haar bevoegdheden uit de artikelen 139 en 75 Rv. oud gebruik te maken, met bekwame spoed en met inachtneming van de voor dagvaarding geldende termijnen opnieuw wordt opgeroepen. De bekwame spoed waarmee de nieuwe oproeping diende te geschieden, werd daar vastgesteld op veertien dagen na de oorspronkelijke rechtsdag(33).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953, en de alinea staat in dat document op bytes 34576 tot 35369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c6c753c29326e96242e6aee67e417502bc719f61a54f10a2bbdeed3efe91953 | shasum -a 256