Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2830.

1.6. Bij vonnis van 10 augustus 2000 heeft de president van de rechtbank te Groningen het onder (a) gevorderde verbod toegewezen. De president overwoog, kort gezegd, dat RZG zelf heeft gekozen voor een procedure vergelijkbaar met een aanbesteding. Dit blijkt o.m. uit een brief van RZG aan de raadsman van ComforMed d.d. 26 juni 2000, waarin staat dat de keuze van één leverancier tot stand is gekomen "na toetsing van de offertes aan de gunningscriteria". Op grond van zijn dominante marktaandeel in de regio Groningen heeft RZG een machtspositie tegenover leveranciers als ComforMed. Nu RZG ervoor heeft gekozen voor de inkoop van onderleggers een procedure vergelijkbaar met een aanbesteding te volgen, brengt deze economische machtspositie mee dat RZG de precontractuele normen van redelijkheid en billijkheid in acht dient te nemen. Deze normen houden in dat RZG gegadigden en inschrijvers op gelijke wijze en objectief dient te behandelen en voldoende transparantie in acht dient te nemen. Aan dit laatste heeft het volgens de president ontbroken:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa, en de alinea staat in dat document op bytes 9395 tot 10464.