Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2830.

3.3. In het bestreden arrest wordt de verbinding met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gelegd via art. 3:14 BW. In dat artikel is bepaald dat een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt niet mag worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. De tekst ("iemand") duidt erop dat de bepaling niet beperkt is tot organen van de overheid. De parlementaire geschiedenis bevestigt dit. Bij de totstandkoming van deze bepaling werd aanvankelijk gedacht aan het uit de jurisprudentie bekende geval van een particulier die een beperking van zijn eigendomsrecht als uitvloeisel van een (naar ongeschreven recht) op zijn eigendom rustende publieke last had te dulden(18). Bij de verdere behandeling werd vooral gesproken over de situatie dat de overheid via art. 3:14 bij de uitoefening van privaatrechtelijke bevoegdheden gebonden is aan geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Ter verduidelijking werd echter opgemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa, en de alinea staat in dat document op bytes 26072 tot 27078.