Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2830.

3.14. In de hier gevolgde redenering - die globaal overeenkomt met die van het vonnis in eerste aanleg -, moet alleen nog worden onderzocht of in dit geval sprake is van een aanbesteding. In overeenstemming met het spraakgebruik wordt aanbesteding wel omschreven als "de al dan niet gelijktijdige uitnodiging van een aanbesteder aan twee of meer ondernemers om een inschrijfcijfer in te dienen voor de uitvoering van een opdracht tot het leveren van goederen of het verrichten van diensten"(29). Daaraan is voldaan: in de gedachtegang van het hof, dat evenals de president spreekt van "gunningscriteria", is sprake van een aanbesteding. Mede in aanmerking genomen dat het hier om een kort geding gaat, behoefde dit oordeel geen nadere uitwerking. Dit voert mij tot de slotsom dat het aangevallen rechtsoordeel juist is, ook al heeft het hof dit resultaat ten onrechte langs de weg van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bereikt. De slotsom is dat onderdeel 1 faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa, en de alinea staat in dat document op bytes 41910 tot 42899.