Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 90 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2830.

18 De bepaling was aanvankelijk opgenomen in art. 9 van de voorgestelde Inleidende titel tot het BW (wetsvoorstel 3766; in 1988 ingetrokken). De toelichting verwijst naar HR 12 januari 1923, NJ 1923 blz. 307 e.v. (over de verplichting van een dijkeigenaar tot het dulden van werkzaamheden door het waterschap tot instandhouding van de dijk) en wilde deze regel in de wet vastleggen (MvA, Kamerstukken II 1955/56, 3766, nr. 5, blz. 11; Parl. Gesch. Inv. Boek 3, blz. 1053. Zie ook: losbl. Vermogensrecht, aant. 10 op art. 3:14 BW (M.W. Scheltema).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf4587b868de433760b5cb3193d902b040d525e23a897107ef6c6eba9cd259fa, en de alinea staat in dat document op bytes 49632 tot 50191.