Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2831.
13. HR 17 juni 1988, NJ 1988, 966 nt. G., betrof de diefstal van sierraden die zich in een geparkeerde auto bevonden, waarbij art. 294 K overigens bij wijze van analogie werd toegepast. Het Hof had in deze zaak geoordeeld dat sprake was van merkelijke schuld omdat algemeen bekend is dat ook behoorlijk afgesloten auto's betrekkelijk gemakkelijk beroofd worden en de verzekerde had nagelaten enige maatregelen te treffen tegen de diefstal van de sierraden. De Hoge Raad overwoog dat met het woord "merkelijke" in art. 294 K. wordt aangeduid dat niet voldoende is dat de verzekerde enige, al is het slechts lichte, schuld heeft, maar dat sprake moet zijn van een ernstige mate van schuld. Het oordeel van het Hof - dat volgens de Hoge Raad verweven is met een waardering van de omstandigheden van het geval - bleef in stand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721, en de alinea staat in dat document op bytes 13552 tot 14389.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721 | shasum -a 256