Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2831.

15. In HR 3 februari 1989, NJ 1990, 477 herhaalde de Hoge Raad de in NJ 1988, 966 gegeven omschrijving van merkelijke schuld. In die zaak ging het om schade veroorzaakt door een brand die was ontstaan in een afvalcontainer van een houtverwerkingsbedrijf. Het Hof overwoog dat de verzekerde wist dat in dergelijke containers spontane branden kunnen ontstaan, dat kort voor de fatale brand sprake was van zomerse omstandigheden en dat op betrekkelijk korte afstand van de bewuste container gereedstaand - brandbaar - product hoog was opgetast, zodat uiterste voorzichtigheid was geboden. Nu de verzekerde bekend was met het vuur in de container en geen enkele maatregel had genomen, achtte het Hof merkelijke schuld aan de zijde van de verzekerde aanwezig. De Hoge Raad liet dit oordeel in stand. Hij overwoog onder meer dat het middel van een te beperkte rechtsopvatting omtrent art. 294 K uitgaat door te eisen dat de veronachtzaming door de verzekerde zo ernstig moet zijn dat zij is gelijk te stellen met opzettelijk handelen of in ernst daaraan grenst, of door te eisen dat de verzekerde zich ervan bewust had moeten zijn dat de brand het rechtstreeks en onvermijdelijk gevolg van zijn nalatigheid zou zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721, en de alinea staat in dat document op bytes 15095 tot 16318.