Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2831.

20. Codam/Merwede betrof de aansprakelijkheid van de kapitein-reder van een sleepboot voor aanvaringsschade. Daarbij speelde de vraag of de schade was te wijten aan grove schuld in de zin van art. 342 K (oud) van de sleepboot en zijn kapitein. Het Hof had geoordeeld dat de kapitein onder moeilijke omstandigheden een minder juiste keuze had gedaan uit in aanmerking komende wijzen van handelen, maar dat die keuze onder de gegeven omstandigheden nimmer in aanmerking had mogen komen, omdat het in de hoogste mate roekeloos was. Volgens de Hoge Raad kon het Hof op grond daarvan aannemen dat sprake was van grove schuld aan de zijde van de kapitein, dat wil zeggen van "een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld". Deze omschrijving van "grove schuld" is later herhaald in een aantal andere arresten, die overigens niet altijd betrekking hadden op art. 342 K (oud), en die niet het verzekeringsrecht tot onderwerp hadden. Zie voor verwijzingen naar andere rechtspraak de conclusie van plv. P-G Mok (noot 24) voor HR 4 februari 2000, NJ 2000, 429 nt. K.F. Haak.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b28f290fc1c7e3277209767bccd45ad4ad8ebca546433804a2f080dcff2dd721, en de alinea staat in dat document op bytes 19135 tot 20213.