Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2833.
1.9 [Verweerder] ging tegen alle door de rechtbank gewezen vonnissen in hoger beroep bij het hof Den Haag. Hij had daarmee succes. Bij arrest van 1 maart 2001 heeft het hof, kort gezegd, de bestreden vonnissen vernietigd; de verzochte tussenkomst van de BV alsnog geweigerd; de vordering van [eiser 1] alsnog afgewezen en [eiser 1] veroordeeld aan [verweerder] terug te betalen hetgeen laatstgenoemde hem inmiddels had voldaan krachtens het door de rechtbank gewezen eindvonnis. Daartoe heeft het hof in de kern overwogen dat de rechtbank de door de BV verzochte tussenkomst ten onrechte heeft toegestaan. Voor de BV dreigde immers geen benadeling of verlies van een haar toekomend recht in de tussen [eiser 1] en [verweerder] gevoerde procedure. Daaruit volgt dat ook de hoofdvordering ten onrechte is toegewezen. [Eiser 1] privé heeft immers in elk geval geen vordering ter zake van de door hem verleende bemiddeling. Er is onvoldoende grond om hem te vereenzelvigen met de BV.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc, en de alinea staat in dat document op bytes 10356 tot 11349.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc | shasum -a 256