Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2833.
Snijders/Ynzonides/Meijer(19) signaleren dat in de lagere jurisprudentie (met name in kort geding) vaak soepeler normen worden gehanteerd dan in het arrest van 1956 besloten liggen. Als voorbeeld van - zo begrijp ik - een toelaatbaar geval van tussenkomst ook onder de oude formule geven zij dat iemand die een vordering heeft gecedeerd aan een derde, niettemin in rechte betaling vordert. De nieuwe schuldeiser heeft nu het wettelijk vereiste "belang" bij tussenkomst.(20) Ik teken aan dat onder de strikt toegepaste formule van 1956 tussenkomst juist niet toelaatbaar is omdat het tussen de cedent en de debitor cessus gewezen vonnis de cessionaris onder deze omstandigheden niet bindt. Overigens is dit voorbeeld mijns inziens op één lijn te stellen met het onderhavige geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc, en de alinea staat in dat document op bytes 24916 tot 25711.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc | shasum -a 256