Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Alinea 75 Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2833.

De tekst van art. 285 Rv (oud) dwingt niet tot de daaraan toentertijd door de Hoge Raad gegeven beperkende uitleg. Die uitleg is door de literatuur van meet af aan kritisch ontvangen; verdedigd is zij - voorzover ik kan nagaan - door niemand. In de recente rechtspraak van de Hoge Raad is de enge formulering niet meer herhaald; de wél gebruikte formuleringen tonen een onmiskenbare tendens tot verruiming. Bij de hercodificatie van het procesrecht heeft de wetgever zich in zoverre bij die tendens aangesloten, dat hij de tekst van de wet in essentie heeft gehandhaafd en het daarmee aan de rechtspraak heeft overgelaten om de juiste grenzen te trekken. Ten slotte worden de belangen van de huidige praktijk door de enge opvatting onvoldoende gediend omdat samenhangende rechtsverhoudingen en netwerken van onderling samenhangende rechtsrelaties, een wezenlijk kenmerk zijn geworden van onze moderne maatschappij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt af00f660cdca2309bce820d6cfd267fea2da468cf928693cec5b105db74b89cc, en de alinea staat in dat document op bytes 32216 tot 33144.