Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2835.
7) De tweede klacht is gericht tegen de eerste twee volzinnen van r.o. 4.2.3. De klacht komt er samengevat op neer dat het hof heeft miskend dat als uitgangspunt geldt dat het niet, niet volledig of onjuist doen van aangifte primair een onrechtmatige daad oplevert jegens de sociale verzekeringsfondsen c.q. de verzekerden ten aanzien van wie wel correct is voldaan aan de aangifteplicht. Indien schending van de aangifteplicht wordt vermoed dient onderzoek te worden ingesteld om te achterhalen of er inderdaad sprake is (geweest) van schending. Afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval wordt beoordeeld welke onderzoeksmethoden gebruikt zullen worden. Daaronder begrepen kan zijn dat uitvoeringsorganisaties gedwongen worden hun controleurs met strafrechtelijke opsporingsbevoegdheid in te zetten en/of dat zij de FIOD en/of justitie in moeten schakelen. Doch dat is niet het primaire doel van het onderzoek. Het primaire doel is dat de werkgever alsnog voldoet aan zijn verplichting premies te betalen, aldus de klacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0dbe06f691bda2904ca99417dc1113e6728743bb266bf8721f9cb8790ac0d25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0dbe06f691bda2904ca99417dc1113e6728743bb266bf8721f9cb8790ac0d25, en de alinea staat in dat document op bytes 14522 tot 15574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b0dbe06f691bda2904ca99417dc1113e6728743bb266bf8721f9cb8790ac0d25 | shasum -a 256