Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 maart 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AF2835.

11) Als derde klacht bevat het middel een passage die gericht is tegen hetgeen volgt na de eerste twee volzinnen van r.o. 4.2.3. Betoogd wordt dat 's hofs oordeel rechtens onjuist, innerlijk tegenstrijdig en onbegrijpelijk is, omdat het hof SFB heeft ontvangen in haar vordering en [verweerder] heeft veroordeeld de met behulp van het onderzoek berekende, ten onrechte niet betaalde premies te betalen. Hierop volgt een betoog dat gelijkenis vertoont met de tweede klacht. Gelet op de lange tijd gedurende welke [verweerder] verzaakt heeft premies te betalen en de houding van [verweerder] tijdens het daarnaar ingestelde onderzoek was het voor SFB in het kader van haar verzekeringstaak noodzakelijk om gedegen onderzoek te verrichten. SFB heeft ten behoeve daarvan eigen personeel ingezet. Dat enkele van hen eveneens een strafrechtelijke opsporingsbevoegdheid hebben en daarvan ook gebruik hebben gemaakt, brengt niet mee dat zij beschouwd moeten worden als overheidspersoneel. Evenmin kan dat worden afgeleid uit het feit dat met betrekking tot de fraude en misbruikaspecten ook onderzoek is verricht door overheidsfunctionarissen met een zuiver publiekrechtelijke taak. De kosten die verbonden zijn aan het onderzoek verricht door SFB behoren dan ook voor rekening te komen van [verweerder].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0dbe06f691bda2904ca99417dc1113e6728743bb266bf8721f9cb8790ac0d25. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0dbe06f691bda2904ca99417dc1113e6728743bb266bf8721f9cb8790ac0d25, en de alinea staat in dat document op bytes 22251 tot 23560.